Geduld

Geduld, het: zelfst.naamw. “vermogen lang te kunnen wachten zonder boos te worden”.

Bij de woorden ‘lang te kunnen wachten’ bekruipt me al een kriebelend gevoel. Bij ‘zonder boos te worden’ is deze kriebel verergerd tot onrust verspreid over mijn hele lichaam. Het moge duidelijk zijn dat ik niet bekend sta om mijn geduld.

 

En dan gaat het voornamelijk om klusjes die ik te lang vind duren. In de supermarkt sluit ik namelijk zonder morren aan achter in de rij, tijdens een lange reis geniet ik van de uren rust en een goed boek, en voor het stoplicht geef ik mijn ogen de kost om te zien wat er allemaal voorbijrijdt. Maar zodra ik de afwas moet doen, moet stofzuigen of een stapel papieren moet uitzoeken en ordenen zorgt de innerlijke onrust ervoor dat ik het afraffel, of nog liever, dat ik het uitstel tot het echt niet meer kan. De grootste horror ontstaat wanneer het internet traag is, dan zie ik mezelf nerveus om de twee seconden op de refreshknop van de browser klikken, in de hoop dat de gewenste pagina dan sneller laadt. Wanneer dit niet werkt – wat uiteraard altijd het geval is- ga ik maar een ander tabblad openen met een andere pagina, om te kijken of die wel laadt. En zo zit ik na een minuut met een browser met vijftien geopende tabbladen met verschillende pagina’s, waarvan er één of twee fatsoenlijk geladen zijn. En vraag ik me na een half uur af waarom ik ook alweer al die pagina’s had geopend.

Dit zijn de momenten waarop ik mezelf het liefst zou willen slaan. Want wat is tien minuten afwassen nu als ik het vergelijk met een treinreis van twee uur? Wat is nu het voordeel van geduld? En is geduld echt een schone zaak?

Ook privé en zakelijk is geduld niet mijn sterkste kant. Al lang droom ik ervan te kunnen rondkomen van mijn activiteiten als illustrator. Maar tot nu toe is dit nog steeds niet gelukt. Is dit omdat ik te weinig geduld heb, en ik het me ontbreekt aan doorzettingsvermogen? Is het omdat ik iets saai vind als ik het te lang of te vaak doe? Ik verveel me snel, en ik denk dus vaak dat geduld niet aan mij besteed is en dat het een geforceerde, door de maatschappij bedachte deugd is. Want geduld is niet een natuurlijk iets, toch? In de natuur moet je toch snel handelen?

Integendeel, de natuur biedt hier een aantal fascinerende voorbeelden, voorbeelden die je zelf niet eens zou kunnen verzinnen. Olifanten hebben een draagtijd van 645 dagen en daarna worden ze pas na vier tot vijf jaar weer drachtig en dit alles opdat olifantenjongen worden geboren met een goed ontwikkeld brein wat ze weerbaarder maakt in de natuur. Een luiaard loopt op de grond 2 meter per minuut, over één kilometer zouden ze meer dan acht uur doen. Het loopt dan ook best lastig op die lange, kromme nagels. Hangend in bomen zijn ze iets sneller, daar bereiken ze een gemiddelde van maar liefst vier meter per minuut en in noodsituaties 30 meter per minuut. Maar dat zijn dan ook echt noodsituaties hè, bijvoorbeeld tijdens een aanval van een jaguar. Panda’s zijn maar één tot drie dagen per jaar vruchtbaar en eten per panda zo’n 600 bamboestengels per dag omdat bamboe zo weinig voedingswaarde bevat.

Het is hier al onvoorstelbaar dat deze tactieken evolutionair gezien in het voordeel hebben gewerkt en zoals altijd is de zoogdierenwereld fascinerend, maar zijn de werelden van reptielen en insecten nóg boeiender, nóg bizarder en nóg moeilijker voor te stellen. Grote slangen, waaronder anaconda’s, kunnen wel weken tot maanden wachten op eten. Anaconda’s verbergen zich in het urenlang half in het water en slaan pas toe als een onoplettend prooidier aan de kant wat water staat te drinken. Mocht het niet lukken, niet getreurd. Dan proberen ze het gewoon later nog eens. Hun lichaam is zo gebouwd dat het dat lange wachten makkelijk aankan.

Met ‘geduld’ thema was ik dan ook blij dat Yfke van Liefke Magazine me vroeg een poster te maken over een vlinder voor de vierde editie van het magazine. Want een vlinder begint als een onooglijke rups, die zich vervolgens inspint tot een pop en zo dagen, nee weken of zelfs maanden, wacht tot hij uiteindelijk kan schitteren. Nu heb ik een oom die vlinderexpert is- de appel valt niet ver van de boom, de interesse voor dieren zit écht in de familie bij ons – en dus ging ik bij hem langs voor goede raad over dit onderwerp. En wat een bijzonder geduldige vlinder er nu blijkt te bestaan is bijna niet te geloven. En dat is het landkaartje.

Het landkaartje (araschnia levana) legt haar eitjes in het voorjaar op een brandnetel. Deze zien eruit als een soort kralensnoertje dat aan de onderkant uit het blad steekt. Na een week of twee kruipen kruipen de rupsjes eruit om zich gedurende een paar weken lekker vol te vreten en zich vervolgens in te wikkelen tot pop. Een paar weken later komt de vlinder van het landkaartje uit: deze is zwart met oranje en witte vlekken, en heeft aan de onderkant van zijn vleugels een karakteristiek landkaartpatroon. Wanneer het landkaartje aan het einde van de zomer eitjes legt, waar ook weer na een paar weken rupsen uitkomen, dan spinnen ook deze rupsen zich weer in. Alleen hebben zij nu veel meer geduld, want pas in het voorjaar – acht maanden later dus – komt er dan een oranje vlinder uit deze cocon gekropen. Een vlinder die er totaal anders uitziet dus. Truth can be stranger than fiction.

Ik kan nog wat leren van deze vlinder op het gebied van geduld. Ik ben eind zomer geboren, dus in het najaar spin ik me in. Wellicht heb ik ook een extra lange rijpingstijd, en straal ik volgend voorjaar met mijn kleurenpracht.

Illustratie vlinder landkaartje

Wil je de gehele illustratie zien? Kijk dan op http://magazine.liefkemagazine.nl/nr4-geduld. Als je nog geen lid bent, word dat dan snel! Het is helemaal gratis.

 

 

1 comment for “Geduld

  1. Peter van de Lavoir
    27 augustus 2016 at 21:14

    Mooi geschreven, en een mooie illustratie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *